Begroting 2018

In de Kadernota 2017 is aangekondigd dat wordt gewerkt aan een helder beeld over de te varen koers richting de toekomst. Het aantal inwoners van Haarlem groeit gestaag en Haarlem moet zich daar goed op voorbereiden. Ook vragen maatschappelijke ontwikkelingen een andere inzet van de gemeente. Maar ook moet Haarlem zich de vraag stellen welke groei de stad aan kan zonder in te boeten aan kwaliteit en leefbaarheid.

Binnen Haarlem loopt een aantal trajecten die de toekomstbestendigheid van Haarlem als uitgangspunt nemen, zoals de Toekomstvisie 2040, Structuurvisie openbare ruimte, Woonvisie, Routekaart Duurzaamheid, Transformatieagenda sociaal domein, Strategisch huisvestingsplan onderwijs, Agenda van de sport en de Economische agenda. De realisatie van deze visies vraagt om een uitvoeringsagenda die nauw moet worden gekoppeld aan de groei van de stad.

Inventarisatie voorzieningen

In de Kadernota 2017 is stil gestaan bij de vraag wat de groei van de stad betekent voor de inpassing van de diverse uitbreidingen van voorzieningen en de bekostiging daarvan.

Daarbij is met name aandacht besteed aan de voorzieningen die ruimte moeten bieden aan de verwachte groei van het aantal gezinnen met kinderen. Denk hierbij aan ruimte voor onderwijs in gezonde en duurzame schoolgebouwen, ruimte om te sporten en ruimten om zich cultureel te ontplooien en te verenigen (Kadernota 2017, blz. 38-46). Goede bereikbaarheid en spreiding van onderwijs- en sportvoorzieningen over de buurt, wijk, gemeente en in regio, zodat alle kinderen onderwijs kunnen volgen en inwoners van Haarlem kunnen bewegen en sporten. In samenwerking met de schoolbesturen wordt de extra capaciteit onderwijshuisvesting per gebied besproken en wordt nadere uitwerking van sportbehoefte in de vorm van de extra benodigde capaciteit voor sportdeelname berekend.

Maar er moet uiteraard ook zicht zijn op de benodigde (fysieke) voorzieningen in de openbare ruimte en andere sociale voorzieningen.

Een dergelijke inventarisatie sluit goed aan op de methodiek die wordt gevolgd voor de acht ontwikkelzones waar het merendeel van de Haarlemse woningbouwopgave zal worden gerealiseerd (zie collegebrief d.d. 29 november 2016, 2016/542624). Met name in deze zones zal Haarlem in de toekomst de groei (woningen en voorzieningen) moeten faciliteren.

Verdiepingsslag
Ter voorbereiding op de verwachte groei van de stad wordt de komende twee tot drie jaar een verdiepingsslag uitgevoerd naar het gewenste en noodzakelijke voorzieningenniveau en de bekostiging daarvan. De verdiepingsslag bestaat uit:

Het beantwoorden van de volgende vragen:

  • Welke voorzieningen worden, naast de wettelijk verplichte onderwijsvoorzieningen, voor Haarlem noodzakelijk geacht? En wat is de motor van de ontwikkelingen en wat volgt.
  • Kan de gemeente Haarlem deze realiseren zonder daarbij in te boeten op de ambities voor de stad? Overschrijdt Haarlem niet de grenzen van de groei? Wat betekent de groei voor de leefbaarheid in en de kracht van de wijken. Hierbij worden de rapportage kwetsbare wijken en de Trendstudie 2018 (inclusief Haarlemse analyse) van P31 betrokken.
  • Wat is de rol van de gemeente Haarlem?

Het opleveren van de volgende resultaten:

a. Nadere uitwerking van de voor- en nadelen van het instellen van een reserve voor de groei van de stad, de werking van de reserve en mogelijke alternatieven. Het ontwikkelen van een rekenmethode die bruikbaar is voor Haarlem;
b. Een investeringsagenda voor de groei van de stad, gebaseerd op de koers van de Toekomstvisie en daarop gebaseerde visies en beleidsnota’s, zoals de Structuurvisie openbare ruimte;
c. Een inkomstenverwervingsstrategie;
d. Een lobbystrategie;
e. Capaciteitsplanning en prioritering.

De Bestuursrapportage 2017 bevat een voorstel aan de raad om een bestemmingsreserve Groei van de stad in te stellen. Hiermee wordt gedeeltelijk invulling gegeven aan het eerstgenoemde resultaat.

Tussentijdse rapportages

Over de resultaten van de verdiepingsslag wordt jaarlijks gerapporteerd in de P&C-documenten. De eerste stap is het aanstellen van een programmamanager die een plan van aanpak opstelt waarin globaal wordt beschreven wat nodig is om bovenstaande vragen te beantwoorden (met name ontwikkelstrategie, investeringsstrategie inclusief verwerving) en welke acties moeten worden uitgevoerd op de lange en middellange termijn.